skip to Main Content
redactie@sint-pancras.nl
Interview Markante Sint Pancrasser

Interview Markante Sint Pancrasser

In de nieuwskrant staat een verkorte versie van het interview met Willem van Graft;
hieronder kunt u het volledige interview lezen:

 

WILLEM, JE STAAT OP DE LIJST VAN TE INTERVIEWEN MARKANTE PANCRASSERS, WAT VIND JE DAAR NU VAN?
Nou ja goed, ik rij hier al een tijdje rond vanzelf. Ik ben geboren in Sint Pancras, een geboren en getogen Sint Pancrasser. Geboren aan het Noordeinde, wat ze vroeger het Bullepad noemden.

WANNEER BEN JE GEBOREN ALS IK VRAGEN MAG?
12 september 1929!

DAT IS AL EVEN TERUG. WIE IS WILLEM VAN GRAFT?
Vrijgezel én fietser. Nou ja, kijk, het is hier begonnen vlak na de oorlog, het was toen nog een rottijd hé. Crisis, toen die oorlog. M’n broer werd weggehaald. Die kwam niet terug dus dat was wel een rottijd vanzelf. Dan ben je 13 of 14, dan heb je aan je jeugd helegaar niks en dan moet je te werk. Dan moet je naar het Rijk der 1000 eilanden toe. Daar heb ik zowat 19 jaar in gewerkt. Dat was zwaar werk, het minst betaald, geen vakantie. Dat was toen zo!
Ik had een goeie baas, Bertus Kout. Daar heb ik de eerste 4 jaar gewerkt. Daarna ging ik overal zo’n beetje werken onder andere bij de gebroeders Wognum. Siem ken je vanzelf wel, dat was mijn baas vaak. En bij Tom Wagenaar, die woonde aan de Benedenweg naast de tandarts, daar woonde hij toen. En dan heb ik nog bij Kuiper en bij Keizer gewerkt en bij de Nieuwelande. Ja, toen heb ik echt als landarbeider gewerkt. Tussendoor nog wel eens naar de Hoogovens want het was hier toen ook allegaar niks. Je kon hier niks méér verdienen. Ja, in de zomer lukte het af en toe nog wel. Maar toen ben ik dus een jaar of vijf naar de Hoogovens geweest. 4 jaar aan het teren geweest maar toen dacht ik: daar stoppen we mee. Er waren er 4 verongelukt daar in die 4 jaar. Dus ik dacht ik vind het goed!
Maar nu ben ik al een tijdje gepensioneerd.

WILLEM IK ZIE JE ALTIJD FIETSEN IN HET DORP.
Ja dat komt omdat ik altijd heel veel gefietst heb, zo’n beetje 21 keer de wereld rond geweest dus…..
Dat is een heel eindje. Dan zit ik niet eens in de sub top, daar zit ik ver onder. Er zijn er heel wat die nu veel meer fietsen. Dat fietsen is in Nederland grandioos toegenomen. Ik ben in 1951 eigenlijk begonnen met fietsen, met het toerfietsen zo te zeggen. Toen deed ik mee met de Friese Elfstedentocht in Bolsward. Dat was altijd met de Pinksteren. Dat is nu nog zo. Dus dat was mijn eerste tocht. 1e Pinksterdag fietste ik daarheen, de 2e Pinksterdag was de tocht en daarna weer terugfietsen want de volgende dag moest je weer op het veld staan! Dat waren wel 400 kilometers.

WAAR FIETS JE TEGENWOORDIG ALTIJD NAAR TOE MET DIE RODE FIETS?
Oh, dan doen ik een rondje dorp en effies verder, de ene keer die kant op en de andere keer de andere kant op. Meer gaat ook niet meer nu. En ik zeg: ik heb ook geen zitvlees meer, ik heb zoveel kilometers gemaakt. Dat zitvlees houd ook op.

IK DACHT DAT U ERGENS EEN TUINTJE HAD OMDAT IK U WEL EENS MET EEN BOS PREI OF ZO ZIE FIETSEN?
Nee, dat tuintje heb ik achter mijn huis, daar tuinier ik, maar dat wordt ook minder. Ik was geen fijn tuinbouwer. Ik was een grove tuinbouwer, kolen en aardappelen. Ik leerde fietsen dat ik 13 was en had een eigen fiets toen ik 18 was. Tegenwoordig stappen ze op zo’n 3-wielertje als ze 3 zijn maar dat was toen niet, vanzelf. Het is gewoon grandioos als je ziet hoeveel verschillende soorten fietsen je nu hebt. Ik heb wel ook ooit eens met een loopfiets gefietst, bij het 8 oktoberfeest in Alkmaar. We deden toen met Alkmaar Victrix mee. Dat is dan wel zo’n 40, 50 jaar geleden. We wilden toen graag een wielerbaan, dus we hadden het heden, verleden en de toekomst uitgebeeld.

WAT VINDT JE FIJN AAN SINT PANCRAS?
Nou ja het was een prachtig mooi dorp, maar door vooral die laatste uitbreiding gaat het mooie er wel een beetje vanaf. Nou kijk, we hebben hier toch wel alle voorzieningen hier. Ik heb 33 jaar bij de IJsclub gezeten. Ze hebben enkel de pech dat er de laatste jaren geen IJs is. Ik ben bij de IJsclub gekomen in 1952 of 1953 toe was hij nog aan de Achterweg. In 1963 was de nieuwe IJsbaan klaar en hadden we geluk dat er ook ijs was. We waren wel altijd als een van de eerste open als er IJs lag. We waren altijd net een dag eerder open.
Wat zou het dorp nog fijner maken?
Een betere fietsontsluiting zal ik maar zeggen. Dat fietspadje langs de ijsbaan is heel slecht, dus eigenlijk betere fietsroutes maken.
Heeft u wel eens iets gedaan voor de gemeenschap?

Nou, 33 jaar bij die IJsclub in het bestuur gezeten, de laatste 10 jaar als penningmeester. We hadden toen een hele mooie groep. Gert Tol, ken je die, die was 40 jaar secretaris en we hadden Kees van der Gracht. Toen die overleed op veel te jonge leeftijd had ik ook geen zin meer en ben ik er mee gestopt. Er kwamen toen jongeren bij en het moest allemaal anders en dan weten we het al en toen heb ik gedacht: nou dan stop ik. Vroeger woonde ik aan het Noordeinde en dan stapte ik zo vanuit de tuin het ijs op maar ik kon niet schaatsen hoor. En dan toch bij de IJsclub gegaan, sneeuwruimen en zo. Ik heb wel een paar keer proberen te schaatsen maar het werd helemaal niks.

WAAR ZOUDEN WE ALS DORPSRAAD DE AANDACHT OP MOETEN VESTIGEN ALS HET OM DIT DORP GAAT?
Jullie zouden de aandacht kunnen vestigen op het slechte onderhoud van privé hagen maar ook van gemeentelijke hagen. De gemeente moet meer handhaven en onderhouden.

HOE DENK JE OVER FUSEREN, WILLEM?
Nou, als we gaan fuseren, dan maar met Heerhugowaard. In Alkmaar heb ik wel eens dingen zien gebeuren, waren ze hier aan het werk en daar aan het werk, dan stond alles stil. En dan gaan ze dat ziekenhuis daar middenin zetten terwijl je alle ruimte hier vlakbij hebt.

WIE ZOUDEN WE EEN VOLGENDE KEER MOETEN INTERVIEWEN?
Piet Smit, die is van de voetbal. Die zit al z’n hele leven bij Vrone. Hij woonde in de Molenhoeve, waar hij nu is weet ik niet maar hij komt daar wel terug, geloof ik.
Als ik hier weg moet, dan weet ik het ook niet, misschien dat je dan maar beter dood ken wezen……. Gelukkig heb ik een hulp,  die heb ik al 31 jaar en daar ben ik erg blij mee.